Mozart schreef deze sonate oorspronkelijk voor viool en piano in 1787 terwijl hij aan Don Giovanni werkte.
Ik was op zoek naar een volwassen Mozart sonate die zich zou lenen om op fluit te kunnen spelen. Het speelse, levendige karakter van beide hoekdelen en het zangerige aspect van het middendeel van deze sonate leken mij daarvoor uitstekend geschikt.
Toch lag een arrangement niet gelijk voor de hand vanwege de lage ligging van de vioolpartij en de vele typisch violistische passages. Daarom kon mijns inziens niet volstaan worden met het "omschrijven" van de vioolpartij maar heb ik regelmatig ook de pianopartij aangepast en soms het notenmateriaal anders over de instrumenten verdeeld. Deze vrijheden heb ik mij veroorloofd juist om trouw te blijven aan de compositie waarbij voor mij voorop stond dat het eindresultaat de indruk moest wekken een oorspronkelijke sonate voor fluit en piano te zijn i.p.v. een arrangement dat zo veel mogelijk een vioolsonate probeert te blijven.