Ik was gevraagd om mee te werken aan een concert met werken van Dordtse componisten gespeeld door Dordtse musici (Dordrecht is inderdaad mijn geboorteplaats). Dit uitgangspunt bleek net zo origineel als onpraktisch want er was nauwelijks muziek te vinden. Ik besloot om zelf een stuk te componeren en omdat ik al eerder iets voor fluitiste Philippa Davies had willen schrijven resulteerde dit in een groot werk voor fluit en piano van sonate-achtige proporties. De titel van het werk is duo omdat beide instrumenten een gelijkwaardige rol spelen: ze spelen samen maar zijn tegelijkertijd niet bang om onderling de strijd aan te gaan.
- Het eerste deel is obsessief, zowel van karakter als in structuur. Elk motief, hoe verschillend ook, getuigt van een niet aflatende drang tot ontwikkeling, net zolang tot het uit zijn voegen barst.
- Het tweede deel is donker en statisch van karakter. De piano (rechterhand) herhaalt steeds dezelfde langzame, koraalachtige akkoordopeenvolging. De noten in de akkoorden hebben echter niet allemaal dezelfde lengte en door het stoppen van het geluid ontstaat er een verborgen melodie. Daaromheen zoeken de fluit en de bas van de piano hun eigen weg zodat het zich herhalende motief steeds in een ander licht komt te staan.
- Het derde deel is meditatief met exotische klanken. De pianist creëert speciale klankeffecten door ook rechtstreeks op de snaren in de piano te spelen. De fluit klinkt als een oosterse houten fluit door de kop van het instrument extreem ver uit te trekken.
- Het laatste deel is één grote finale van opwindende en swingende ritmes.
Het werk werd in januari 2003 voor het eerst uitgevoerd door fluitiste Philippa Davies (aan wie het werk is opgedragen) met de componist aan de piano.